Geschiedenis van Fuerteventura

Ontstaansgeschiedenis

De aanzet tot het ontstaan van de Canarische Eilanden gaat terug tot in de Krijt-periode, ongeveer honderd miljoen jaar geleden. In die tijd vond de eerste vulkanische activiteit op de zeebodem plaats. Bewijzen hiervoor zijn op Fuerteventura gevonden. Fuerteventura en Lanzarote zijn de twee oudste eilanden en zijn ongeveer 20 miljoen jaar geleden ontstaan. De westelijke eilanden El Hierro en La Palma zijn jonger.

De Canarische Eilanden vormen samen met een aantal kleinere eilanden, waaronder de Ilhas Selvagens en een aantal onderzeese vulkanen, een vulkanische gordel voor de westkust van Afrika. De eilanden zelf vormen de toppen van grote onderzeese vulkaancomplexen op de bodem van de Atlantische Oceaan. Tussen de eilanden is de zee tot maar liefst 3500 m diep.

Canarische Eilanden

Het grootste deel van Fuerteventura is circa 5 miljoen jaar geleden gevormd en is sindsdien geerodeerd door wind en regen. Op de zeebodem ten westen van het eiland bevindt zich nog een enorme plaat van gesteente, 22 km lang en 11 km breed. Deze is waarschijnlijk ergens in het verleden van het eiland afgeschoven.

De laatste vulcanische activiteit op Fuerteventura was tussen 4000 en 5000 jaar geleden.

Vroege geschiedenis

De eerste bewoners van Fuerteventura, de Feniciërs, zijn gesignaleerd in de 10e eeuw voor Christus. Daarna, rond de 2e eeuw voor Christus, begonnen Berber-groepen uit Noord-Afrika, de Guanchen, zich er te vestigen. Deze eerste inwoners droegen schoenen van geitenhuid, ‘mahos’ genaamd. De huidige naam van inwoners van Fuerteventura, Mahorero (of Majorero), is hier nog steeds van afgeleid.

Na de val van het Romeinse rijk werden de eilanden meer dan 1000 jaar door de Europeanen vergeten. Ze werden herontdekt door zeelieden uit het Middellandse zeegebied. In 1312 bereikte Kapitein Lanzarotto het meest noordoostelijke eiland. Dit eiland werd later naar hem vernoemd, Lanzarote.

Verschillende Spaanse en Portugese expedities vonden plaats rond 1340, gevolgd door Moorse en Europese slavenhandelaren. Op het eind van deze Iberische verovering was Fuerteventura verdeeld in twee ‘koninkrijken’. De grondgebieden hiervan heetten Maxorata (in het noorden) en Jandia (in het zuiden). Ze waren gescheiden door een muur die over de landengte La Pared liep. Enkele restanten hiervan zijn nog bewaard gebleven. De oude naam van het eiland, Erbania, is afgeleid van de naam van deze muur.

Langzaam werden de voordelen van de eilanden ontdekt en in 1402 begon op Lanzarote de verovering op de Guanchen. Twee jaar later veroverden de ‘conquistadores’ Jean de Béthencourt en Gadifer de la Salle met weinig tegenstand de dunbevolkte eilanden El Hierro en Fuerteventura. Op het laatste eiland stichtten ze Betancuria, de eerste nederzetting op het eiland. De Portugezen volgden in de voetsporen van de Spanjaarden. Deze rivaliteit duurde tot 1479 en eindigde met een verdrag dat de Canarische Eilanden aan Spanje deed behoren. De daarop volgende jaren (1483 – 1496) volgde een bloedige verovering van de rest van de eilanden: Gran Canaria, La Gomera, Tenerife en tot slot La Palma.

Recente geschiedenis

In 1852 werden de Canarische Eilanden onderdeel van een vrijhandelszone. De militaire bezetting van Fuerteventura, die begon in 1708, werd ontbonden in 1859. Puerto de Cabras (tegenwoordig Puerto del Rosario) werd toen de hoofstad van het eiland, het bestuur van het eiland is hier nog steeds gezeteld.

In 1912 kregen de Canarische Eilanden zelfbestuur. In 1927 werden Fuerteventura en Lanzarote onderdeel van de provincie van Gran Canaria. De hoofstad van de Canarische Eilanden wisselt vandaag de dag tussen Santa Cruz de Tenerife en Las Palmas de Gran Canaria.

Plaatselijke autoriteiten bepalen nu het onderwijs, gezondheidszorg en het transport. Defensie, buitenlandse politiek en financiën liggen bij de Spaanse regering.